Het maakbare lichaam

 

 

In de trein is het stil. De spits is al voorbij. Ik pak een boek uit mijn tas en begin te lezen. Een tas die tegen mijn benen aan stoot, haalt me uit het verhaal. Ik kijk opzij en zie een vrouw van een jaar of zestig naast mij op het bankje plaatsnemen. Ze werpt een blik op mij en bekijkt me snel van top tot teen. Haar blik staat strak en haar ogen lijken vuur te spugen. Er volgt geen excuses voor de tas die tegen mijn benen aanstootte. Ze zet de tassen vol met tijdschriften tussen haar benen en begint tegen haar vriendin die op het bankje voor ons is gaan zitten te praten. Vanuit de tas schreeuwen de tijdschriften met hun grote letters naar me. Ze schreeuwen titels als ‘Nog nooit zo fit geweest’, ‘In 50 dagen 25 kilo lichter’ en natuurlijk ‘Geen veroudering meer in mijn lijf’. Ik hoor de vrouw tegen haar vriendin ratelen in een dialect wat ik moeilijk kan verstaan. Tot ze haar stem nog wat luider laat klinken en dit keer haar woorden duidelijk uitspreekt. 

          “Wat als jij nu ook stopt met suiker?” zegt ze luid tegen haar vriendin.  “Dat zal je zoveel brengen. Ik weet het zeker. Je gaat echt beter in je lijf zitten. En dat zie je. Echt, dat zie je zodra je weer voor de spiegel staat.”

          Ik sla mijn boek dicht. Lezen gaat zo niet lukken. Ik kijk door het raampje naar de grasvelden waar we voorbij rijden en vraag me af wat zo iemand zoals zij nu eigenlijk probeert te zeggen. Is het lijf maakbaar? En wat als het stuk is? En het alleen maar verder kapot gaat? Ook al doe je niks? 

Ik sport om mijn energie kwijt te kunnen. En natuurlijk ook om te compenseren wat er te compenseren valt. Als ik dat evenwicht maar blijf oefenen, wordt het vast weer wat beter. 

        Maar wat impliceren al die kreten over voeding, sporten en al die andere gezonde en minder gezonde gewoontes nu eigenlijk? Is er alleen maar sprake van oorzaak en gevolg? Dat als je iets niet doet, of iets anders toch doet, je schuldig bent aan je eigen ongezondheid? Dat de pijn die je ervaart zelf veroorzaakt hebt? Alleen maar oorzaak en gevolg. Is dat wat we tegen elkaar zeggen? Maar wat zit daar dan achter? Dat het maakbaar is? Je gezondheid? Je lijf? Je pijn? Je toekomst? 

        Natuurlijk niet. Zo werkt het niet. Je kan niet alles zelf bepalen. Hoe prettig dat gevoel ook moge zijn. Dat je macht hebt. Macht over je eigen lichaam en je eigen leven. Multiple Sclerose kent geen duidelijke en rechtlijnige oorzaak. Een uitgelezen kans voor velen die graag een ongevraagd advies geven. Geen stress, vooral niet roken, wel trainen, of juist niet. De opmerking “doe maar rustig aan” hoor ik vaak. En dan hebben we ook mensen die het wijten aan je gedrag en houding. Er worden complete boeken geschreven die volstaan met instructies om jezelf te veranderen. Oftewel, als je A niet doet en B vergeet, heb je de achteruitgang aan jezelf te danken. Alsof het progressieve en chronische karakter van MS een proces is wat we zelf aansturen. Een proces waar we grip op zouden hebben. 

       Intussen nadert de trein het station. Mijn gedachten overstemmen het gesprek naast me. Ik denk aan de medicatie die ik vorig jaar kreeg. De medicatie was ook niet zo duidelijk en rechtlijnig. Ik ben nog nooit zo ziek geweest als de dag dat ik weer mijzelf met medicatie injecteerde in de hoop ‘beter te worden’. Alsof dat mogelijk zou zijn. Een zin als ‘geen garanties voor de toekomst’ zou wat mij betreft prima op een medicatiedoosje staan. 

       Wat nu? Rustig wachten in een stoel op wat komen gaat? En rustig wachten op wat niet komen gaat? Vanuit die stoel worden we dan geacht te werken aan de kwaliteit van leven. Ach, de kans dat die stoel er komt, is hoe dan ook groot. En als die stoel er dan eenmaal is, ben ik er nog steeds. Dan ben ik degene die de stoel bestuurt. En nog steeds degene die voor zichzelf kan bedenken wat goed is en wat niet. Dan ben ik nog steeds degene die mijn eigen kwaliteit van leven kan nastreven. Met stoel of zonder stoel. Het is mijn leven. 

        Als de trein het station binnen rijdt, begint mijn dilemma. Ik wil eruit. Alleen die vrouw met al haar tassen zit me in de weg. Zal ik zeggen dat ik niet zo gemakkelijk meer op sta? En dat ik ook niet meer zo gemakkelijk over tassen heen kan klimmen? Zal ik zeggen dat ik MS heb? Nee, dat doe ik niet. Ik laat haar in de illusie dat ik gezond ben en zij minder. 

        Ik kondig mijn vertrek aan door de band van mijn tas omslachtig om mijn schouder te leggen. Vervolgens werp ik een gemene blik op haar tassen. Tassen waarin ik nu ook lekkere en vette hapjes tussen de tijdschriften zie liggen. Ze staat abrupt op en klemt de tassen onhandig tussen haar armen. Ik glimlach nu en loop met rechte rug en stevige passen langs haar heen. Mijn handen die bol staan van het vocht, een onschuldige bijwerking van één van de vele pillen die ik dagelijks nodig blijk te hebben, heb ik in mijn jaszakken verstopt. Ik zal de laatste zijn die haar illusie doorbreekt.  

 

© Emma Radiaan, januari 2017.