Hokjes

 

 

Het regent hard, terwijl we in het bushokje zitten te wachten. Als de bus de hoek om draait, sta ik moeizaam op. Mijn benen voelen zwaar en gespannen aan.  Lopen gaat moeilijk. Ik ga voorzichtig zitten op de dichtstbijzijnde stoel. 

         “Je zit eigenlijk op de gehandicapten plaats”, zegt mijn reisgenoot. 

          “Ja, dus. Dan zit ik toch goed”, zeg ik. 

           Alsof mijn reisgenoot wil zeggen dat ik op de verkeerde plaats zit. Het woord “gehandicapt” past blijkbaar niet in het hokje waarin zij mij heeft gezet. Niet alleen anderen denken in hokjes. Ik ook. Zo dacht ik vanochtend nog heel anders over mijn lijf dan nu. Vanochtend stond ik vrolijk en enthousiast op het station op mijn vriendin te wachten. Ik had met de fiets naar het station kunnen gaan, want ik voelde me op dat moment “gezond”. 

          Nu de regen in mijn schoenen is gekropen en mijn benen na een paar kilometer lopen zwaar aanvoelen, pas ik absoluut niet in dat hokje “gezond”.  Ik heb pijn, ben moe en weet dat elke verdere stap vandaag dat alleen maar erger zal maken. Ik had ook een wandelstok moeten meenemen. Want het maakt eigenlijk niet uit als anderen mij zien lopen met een wandelstok en mij dan sneller in het hokje “gehandicapt” zullen zetten. 

          Als de bus bij de volgende halte stopt, zakt de rechterkant van de bus wat naar beneden, zodat een man in een rolstoel de bus kan inrijden. Tegenover de uitgang staat een kinderwagen op de plaats waar een plaatje hangt van zowel een persoon in een rolstoel als van een baby in een kinderwagen. Ik vraag me af of er nu een discussie zal volgen over wie er het beste in dat hokje tegenover de uitgang past. De man met de rolstoel of de baby in de kinderwagen.

          “Beetje passen en meten, dames en heren. Dan komt het goed”, zegt de buschauffeur. En inderdaad. De kinderwagen past precies naast de rolstoel. De man in de rolstoel glimlacht naar de baby waarop hij een luide babylach terugkrijgt. 

         Bij de volgende halte stapt een dame op leeftijd in. Ze heeft in tegenstelling tot mij een wandelstok bij zich. Ondanks de regendruppels in haar haar, heeft ze een glimlach op haar gezicht. Ik houd me vast aan de leuning en sta moeizaam voor haar op. 

       “Blijf maar zitten, kind. Met mijn benen is niets mis vandaag” zegt ze met een glimlach. 

Ik glimlach terug en ga voorzichtig weer zitten. Blijkbaar is het een kwestie van een beetje passen en meten in de hokjes waarin ik denk. 

 

© Emma Radiaan,  september 2017.