Stilte

 

De geluiden van de gang dringen de stille ziekenhuiskamer door.  Nog geen drie uur geleden belde ik het ziekenhuis op. In plaats van dat ik thuis wacht om teruggebeld te worden met het bericht dat het vast iets anders is dan een schub, iets wat vanzelf weer overgaat en uit mijn gedachten zal verdwijnen, lig ik hier aan het infuus. Het bleken nieuwe klachten te zijn die direct een bed voor mij reserveerden.  

       Mijn telefoon ligt naast me in dit ziekenhuis bed. Eigenlijk zou ik wat berichten moeten sturen. Mijn naasten moeten bellen. Hen laten weten dat de MS vandaag geleid heeft tot een ziekenhuisopname. Maar ik wil de stilte nog niet doorbreken. Ik wil de geschokte reacties nog even niet horen. 

        Nu ik al een aantal jaren gediagnosticeerd ben met MS, zijn er dagelijks kleine en wat grotere symptomen waar ik last van heb. Hier en daar wat pijn, iets wat niet lukt en iets waar ik überhaupt niet aan wil beginnen.  Mijn omgeving daarentegen lijkt naarmate de tijd verstrijkt, de diagnose te zijn vergeten. De geschokte reacties tijdens mijn vorige ziekenhuisopname herinner ik me nog goed. De verbazing, de bezorgdheid en de schok die ik toen veroorzaakte, zal ik niet vergeten. 

        Na de eerste dagen van de schub zullen mijn dagen stil worden. In het begin zal ik me bezig houden met vragen als “hoe kom ik onder de douche?”, “heb ik genoeg eten in huis?” en “heb ik al mijn afspraken afgezegd?”. Ook zal ik veel beterschapswensen krijgen. Wensen  uit verwachte en onverwachte hoek. 

En dan zal de stilte ontstaan. Een stilte die oorverdovend wordt zodra de hoop op verbetering van de schub groter wordt.  Een stilte gevuld met vragen als “zijn de klachten al minder?”,  “kan ik al meer?” en “doet alles het weer zoals voorheen?”. Tussen al die vragen door zal de stille hoop ontstaan dat dit de laatste schub is die ik mee zal maken. En ergens weet ik dat die oorverdovende stilte me goed zal doen. Stilte zal me de ruimte geven om naar mijn lichaam te luisteren.   

       De infuusstandaard duw ik voorzichtig wat opzij. Mijn benen die zwaar en doof aanvoelen breng ik voorzichtig naar de vloer. Staan gaat nog. Ik pak de infuusstandaard en loop naar het raam. Ik kijk uit het raam en zie de avondspits voorbij razen. Het verkeer lijkt sneller voorbij te razen dan anders. Ik sluit het gordijn en kruip terug in het ziekenhuisbed. Laat mijn wereld maar even stil staan.

 

©Emma Radiaan, januari 2018.